Echt de laatste

Het Stalin gebouw waar mijn bed and breakfast is

Het Stalin gebouw waar mijn bed and breakfast is

Dit is de laatste dag van deze reis, de tiende. Alles in deze tijdelijk routine is voorlopig weer de laatste keer: de stemmen van de kinderen bij het opstaan, de douche, schone kleren uit de koffer, het copieuze ontbijt, de metro, een tentoonstelling, een bespreking. ‘Eerste’ is een rangtelwoord. ‘Laatste’ is dat niet, omdat je nooit weet hoeveel eraan voorafgaat. Als je dat niet weet, dan is er wel ‘rang’, maar geen ‘tel’. En er is deze reis veel aan dit laatste voorafgegaan, meer dan ik op kon schrijven. Maar ik vermoed dat ik toch wel aan de opdracht heb voldaan om te beschrijven wat ik zo speciaal aan Rusland vind.
De middag neem ik vrij om mezelf in alle opzichten voor te bereiden op de terugreis. Rustig alles inpakken en zorgen dat je niets vergeet, nadenken over hoe je die stapel boeken meekrijgt, even op bed gaan liggen om uit te rusten, kortom alle onrust die je hebt voordat je op reis gaat over zoveel tijd uitspreiden dat er per minuut weinig meer van overblijft.
Vanavond hebben een paar goede bekenden een afscheidsdiner georganiseerd: een volkomen Russisch laatste avondmaal met allemaal verschillende gerechten. Heerlijk en ontzettend gezellig allemaal. Na een glaasje wodka vooraf ga ik over op heerlijke rode wijn, maar twee glazen daarvan is wel genoeg. Ik moet morgen vroeg op en ik wil fris zijn. Aan het einde van het diner zingen verschillende mensen een lied. Op mijn beurt zing ik een bekend lied over de Moskouse nachten en oogst daarmee veel succes. Na het hartelijke afscheid van iedereen is het toch nog twaalf uur en ik ontdek dat ik vlak bij metrostation Arbatskaja ben. Snel naar de cirkellijn en dan over op de groene. Ik krijg de plattegrond van de metro al aardig in mijn hoofd.
Zes uur op, zeven uur weg, acht uur op het vliegveld alwaar mijn koffer te zwaar bevonden wordt. Teveel boeken natuurlijk. Ik haal ze uit mijn koffer en doe ze in een plastic tas. Twee stuks handbagage mag natuurlijk niet, maar we kunnen het proberen. Het blijkt geen probleem. Het vliegtuig is er niet lichter op geworden dus, maar mijn koffer wel.
Ik kijk door het raampje van het vliegtuig. Het beton op de landingsbanen is helemaal droog en de zon schijnt. De laatste sneeuw wordt door bulldozers opgeruimd en in vrachtwagens geladen. Over een week of twee zal het wel weer gaan sneeuwen. Dan begint het hele opruimcircus opnieuw. Met een onverstoorbaarheid die alleen Russen kunnen opbrengen. Jaar in, jaar uit.

Willem Jan Renders
Moskou, 14 februari 2013

For business and pleasure

Een lange nacht van diepe slaap. Oh, wat is dat lekker! Een uitgebreid Russisch ontbijt (a good bed and a delicous breakfast) met de Brandenburgse concerten op de computer en de Russische editie van Art Newspaper om door te bladeren. Echt Russisch lezen en begrijpen is nog een brug te ver, net zoals echt verstaan en spreken. Maar ik merk dat het elke dag beter gaat en ik vraag steeds vaker aan mensen of we niet Russisch in plaats van Engels kunnen praten. Na het ontbijt ga ik alles verzamelen wat ik nodig heb voor mijn gesprek met de directeur en een paar medewerkers van MAMM, het museum waar onze Lissitzky – Kabakov tentoonstelling in september te zien zal zijn na de Hermitage in St. Petersburg. Tenminste: als het allemaal lukt. Ik ben benieuwd, want tot nu toe hebben we weinig vooruitgang geboekt met deze Russische tour. Voor vandaag is het belangrijkste dat we tot concrete afspraken komen. En ik heb een aantal hele praktische vragen die beantwoord moeten worden. Alle papieren in de rugzak en ook de computer mee met alle documentatie.
Ik heb een half uur om van mijn kamer naar het museum te komen. Voor deze afstand is dat ruim voldoende tijd, tenminste als je met de metro gaat. Maar ga je met de auto op dit tijdstip, dan is het waarschijnlijk veel te weinig, want de stad staat in de spits dagelijks vol met files, die hier toepasselijk ‘propki’ genoemd worden. In de metro is het ook proppen, maar gelukkig hoef ik maar een paar stations op deze centrumlijn. Het zou best kunnen dat de metro in Moskou beter functioneert dan de metro in Londen. De frequentie van de metro’s is veel groter en ik heb nog niet meegemaakt dat de metro niet reed op een lijn. Maar ze maken wel een godsgruwelijke herrie. Eigenlijk zou je altijd gehoorbescherming moeten dragen.
Aan de overkant van metrostation Kropotkinskaja staat een standbeeld van Friedrich Engels. Die heeft de komst van het kapitalisme hier gelukkig ook nog overleefd en is niet omgesmolten. Hij voelt zich wonderwel thuis, op deze plek zo dicht bij de anarchist Kropotkin. Maar wie zou hier nog weten wie Engels en Kropotkin waren? Wie überhaupt? Misschien is dat wel het lot van al die standbeelden van beroemde personen. Je kunt wel een naam op de sokkel vermelden, maar dat is niet voldoende. Een monument moet herinneren aan iets of iemand, maar al heel snel is die herinnering verbleekt, ondanks het kolossale formaat van het beeld. Het lijkt wel of het bekende Moskouse kitschmonument voor Peter de Grote groter moest worden dan alle andere monumenten omdat men vond dat hij langer herinnerd moet blijven dan de rest. In het beste geval denken mensen die er langs lopen echter: “Hij zal wel belangrijk zijn geweest, want er is een heel groot beeld van hem gemaakt.” Ik denk dat schriftelijke overlevering meer garantie geeft op het ‘overleven’ van de herinnering aan iemand, maar dat ‘overleven’ ligt niet alleen aan het medium op zich, maar ook aan de kwaliteit van het verhaal dat er over iemand verteld wordt. Misschien dat een goed bedacht en goed gemaakt monument ook beter en langer herinnert aan iemand. Het formaat doet er denk ik niet zoveel toe.

Gabor Stark, Monument for Lissitzky, 2013

Gabor Stark, Monument for Lissitzky, 2013

Maar ik was op weg naar het Multimedia Art Museum Moskou. Ik ben mooi op tijd, maar het is ook nog een eindje lopen. De besprekingen gaan goed en we zijn een stuk verder met de afspraken als ik na twee uur vergaderen weer buiten sta. Als ik nu toch nog tijd heb, kan ik meteen even naar het Strelki Instituut om een DVD af te geven met een interview van mij met Ilja Kabakov. De gesproken tekst moet getranscribeerd worden en vertaald in het Engels. Nikolay, die in het Strelki Instituut werkt, laat me alle faciliteiten daar zien. De formule van Strelki Bar, een sjiek restaurant aan de Moskva rivier dat geld opbrengt voor het instituut, lijkt me een vondst. Ik bestel er een glas bier en een omelet. Je ziet hier voornamelijk mensen die in hun eentje aan een tafel met een kopje koffie of thee naar het scherm van hun Apple notebook aan het kijken zijn. Er zijn een paar stelletjes die wat eten, maar veel zijn er dat niet. Zo word je niet rijk, denk ik. Maar nadat ik heb afgerekend denk ik daar anders over. Jezus, wat is het hier duur! De zeer luxe glimmende auto’s met chauffeur die buiten geparkeerd staan en de vervaarlijke bewakers wezen al in de richting van een heel sjieke tent. Ik had natuurlijk kunnen zien dat ik daar niet moest gaan zitten! Enfin, Nikolay heeft zijn materiaal en ik kan weer verder.
Toen ik negen jaar oud was heb ik bij judo geleerd om mijn val te breken. Dat zit blijkbaar nog steeds in mijn ruggenmerg want vlak in de buurt van mijn bed and breakfast maakte ik een smak die anders wel eens heel verkeerd zou kunnen zijn afgelopen. Het is hier op sommige plekken nog steeds spekglad, maar je let er niet goed meer op omdat de sneeuw voor een groot deel al verdwenen is. Ik heb niets gebroken of gekneusd, maar mijn rechterbeen en arm doen toch behoorlijk pijn. Thuisgekomen, blijkt mijn computer gelukkig nog te werken. Ik ben doodmoe en ga eerst maar eens even slapen, voordat het avondprogramma begint.

Nou, morgen nog eentje dan! Maar daarna hou ik ermee op!

Alles tussen heel erg veel en minder dan niks

Het is toch wel heel bijzonder om meteen opgenomen te worden in wat er gaande is op kunstgebied in een wereldstad als Moskou. Met een Van Abbe introductie kom je in de wereld van moderne en hedendaagse kunst overal ter wereld binnen. Ik heb dat al op vele plaatsen meegemaakt. Ongelooflijk! Zo’n permanente uitnodiging is te goed om te laten liggen als je toch ‘voor zaken’ in een stad bent. Via een paar bekenden kreeg ik een uitnodiging voor een feestelijke opening. Van het een kwam het ander en zo zat ik daarna aan een uitstekend diner in een restaurant met veel te harde muziek.
En nu zoef ik langs het middernachtelijk Kremlin in een luxe auto met chauffeur van een kunstverzamelaar die me ‘nog even’ bij hem thuis uitnodigde. Toen ik zei dat ik met de metro naar de tentoonstelling was gekomen vanuit mijn ‘bed and breakfast’, werd meteen besloten dat ik me geen zorgen hoefde te maken over de terugreis. Ik zag het gezelschap wel denken: “Wie logeert er nu in een ‘bed and breakfast’? Hotel Kempinski is toch het minste?” Maar ik bekommer me daar helemaal niet over. Als ik me anders moet gaan voordoen dan ik ben, dan heb ik er geen zin meer in. Een pose kun je trouwens niet lang volhouden en een masker gaat vlug pijn doen.
Als het over auto’s, jachten en privé jets gaat, kan ik niet meepraten. Maar wel als het over beeldende kunst en architectuur gaat. Of over eten natuurlijk. Zelfs in het Russisch. Een glas dure single malt whisky hielp me vanavond goed op weg om een gesprek over kunst in het Russisch te voeren. Ik kreeg zelfs complimenten over hoe goed ik me al kan uitdrukken. Maar ik weet dat ik er nog lang niet ben. Ik wil uiteindelijk Dostojevski in het Russisch kunnen lezen…
Ik laat me door ‘mijn’ chauffeur bij de uitgang van de metro afzetten en loop naar mijn logeeradres, iets verderop. Een paar dronken zwervers liggen laveloos op de trappen van het metrostation. Dezelfde trappen waar overdag een stuk of tien mensen met sandwichborden foldertjes staan uit te delen. Als je bijna niets meer hebt om deel te nemen aan de consumptiemaatschappij, dan kun je in ieder geval nog anderen aansporen om te consumeren. En als je ook dat niet meer kunt, dan rest je nog maar een ding: zo snel mogelijk zo dronken worden dat je niet meer weet dat je in deze ellende leeft. En bedelen. Zoals de soldaat die in Tsjetsjenië zijn beide benen heeft verloren omdat hij op een landmijn liep. Moedertje Rusland laat hem gewoon creperen. Hij zoekt het maar uit in zijn krakkemikkige rolstoel. Het enige wat hij kan doen is hopen dat er af en toe wat geld van een grote berg naar hem toe rolt. Maar ook al geef je honderdduizend roebel, het is slechts een spatje op een gloeiendhete plaat. Het lot waaraan deze mensen overgelaten zijn, bepaalt hun hele bestaan.

Vladimir Oeljanov

Vladimir Oeljanov


De volgende ochtend zie ik weer een kolossaal beeld van Lenin. Hij spreekt vol vuur en spoort ons met gebalde vuist aan om te vechten voor een rechtvaardiger wereld. Hij staat voor een luxe winkelcentrum. Dat is ergens in de laatste tien jaren achter zijn rug verrezen en nu staat hij er onbedoeld met zijn rug naartoe. Maar wel heel toepasselijk. Dit decor lijkt zijn woorden kracht bij te zetten: “Mensen, zo kan het toch niet langer? Kijk toch eens om je heen naar wat we aan het doen zijn! We denken alleen aan onszelf en laten anderen gewoon verrekken! Wordt wakker en doe er wat aan!” Lenin mag hier nooit meer weg.

Binnenkort is deze reis ten einde. Lees morgen verder!

Back in the USSR

DCF 1.0
Het was een vroege vlucht vandaag voor Alexander en mij, drie uur tegen de tijd in, zodat we om half negen op het Belarussisch station stonden. De trein vanaf het vliegveld rijdt stipt op tijd, ondanks de metershoge sneeuw langs het spoor. Onvoorstelbaar voor Nederlanders. Ik neem afscheid van Alexander. Het ziet ernaar uit dat we elkaar in de naaste toekomst vaker gaan zien. We zijn een gezamenlijk project aan het voorbereiden waarover ik nu nog niets kan zeggen. Hij heeft nog een paar afspraken hier en gaat dan vanavond met de trein naar Vitebsk. Ik benijd hem niet, want ik ben doodmoe en wil het liefst eerst een paar uur slapen. Dat is geen probleem, want ik heb een kamer gereserveerd in een ‘bed and breakfast’ niet ver van dit station, enerzijds omdat hotels hier heel duur zijn en daarnaast omdat het zo dichtbij het vliegveld en de metro is. Mijn koffer wordt zwaarder en zwaarder met alle boeken die ik meekrijg en ik wil er niet te lang mee hoeven zeulen. Misschien moet ik straks wel extra betalen voor overgewicht. Ik bedoel van mijn koffer natuurlijk. Hoewel ik zelf ook wel een paar kilo erbij gekregen zal hebben.
De vrouw die mijn logeergelegenheid runt is een Zwitserse die ik vorig jaar in Ekaterinburg ontmoet heb. Ze heeft twee lieve dochters en woont hier met haar man / vriend. Ze geeft Franse les en we praten Frans. C’est une bonne exercise pour moi. Maar alles gaat wel door elkaar lopen nu, met het Russisch en het Engels erbij. Ik ga eerst maar eens goed uitslapen. Een paar uur hele diepe slaap en dan een wandeling in de omgeving om te ontdekken waar de winkels zijn en waar je goedkoop kunt eten.
Het dooit in Moskou: vies, druilerig, nat weer en daardoor veel kouder dan bij een droge min twintig in Novosibirsk. De sneeuw wordt op verschillende plekken in de stad van de hoge daken geschoven om voetgangers te beschermen tegen vallende ijsklonten. Op straat is de sneeuw glimmend zwart en alle tinten grijs, maar het wit is weg. Dikke gladde vastgelopen klonten maken het lopen op sommige trottoirs bijna onmogelijk. En waar de sneeuw gesmolten is, liggen grote plassen ijswater waar je moeilijk omheen komt. Mijn zwarte schoenen zien er na een korte wandeling door de stad niet meer uit. Het zout en de andere chemicaliën die er hier gestrooid worden bijten venijnige witte lijnen in het leer.
Maar ik constateer tevreden dat ik er toch maar weer ben: in deze fascinerende stad waar mijn Russisch avontuur ooit begon omdat ik de namen van de metrostations niet kon lezen. Minutenlang was ik toen bezig om uit te zoeken of ik de goede metrolijn in de juiste richting had en na hoeveel stations ik er dan uit moest. Na dat gestuntel besloot ik om Russisch te gaan leren. Het lezen gaat nu veel beter en ook weet ik vaak precies waar ik uitkom in de stad als ik op een bepaald station uitstap. Ik voel me als een vis in het water: een steur waarschijnlijk…

Lees binnenkort hoe verder ging!

Wereldberoemd in Novosibirsk

De opera in Novosibirsk (zonder Spartacus)

De opera in Novosibirsk (zonder Spartacus)


Ik ben in gedachten al bij mijn vertrek naar Moskou, maar ik moet eerst nog naar opnamen voor Vesti, de nationale Russische televisiezender. Alles is wederom uitstekend geregeld. Natalia wacht met een chauffeur en auto bij het hotel, we rijden en glijden met een duivelse snelheid over de besneeuwde straten en een kwartier later zijn we in de televisiestudio. Een heel charmant meisje maakt me op voor de opnamen, maar ik mag niet naar haar kijken in de spiegel; ik moet mijn ogen dicht houden zodat het fijne poeder niet in mijn ogen komt. Mijn kale hoofd glimt niet meer en de wallen onder mijn ogen zijn verdwenen. Wel veel gedoe voor hooguit een minuut televisie…
Dit neemt allemaal veel meer tijd in beslag dan ik er eigenlijk aan dacht te besteden. Met verbazing kijk ik vlak voor de opnamen naar de grimas van de interviewer om voor de camera een ontspannen glimlach te kunnen produceren. Dan begint het echte werk. Sommige vragen moeten opnieuw gesteld worden en dan weer moet mijn antwoord of de vertaling opnieuw. Maar goed, ik ben eigenlijk wel blij dat er zoveel zorg aan besteed wordt en ik ben ook wel benieuwd naar het resultaat. De interviewer kondigt me aan als “een van de weinige Lissitzky experts”. Ja, zo wordt het vanzelf spannender natuurlijk, maar hij vergeet denk ik dat de meeste mensen niet weten wie Lissitzky is. Hopelijk is er nog ergens een redacteur die die informatie er in monteert. Ik neem me echter voor om me daar niet mee te bemoeien, anders ben ik er nog meer tijd mee kwijt.
(Ik krijg de link naar de uitzending net binnen:)
http://www.nsktv.ru/news/2013/02/08/14537.html
Ik moet mijn spullen nog pakken en om vier uur naar een afscheidslunch of diner, hoe je het noemen wilt op dit tijdstip. Want vanavond om zes uur gaat Spartacus voor ons dansen in de opera. Hij zal zich op een elegante manier bevrijden van zijn boeien en vervolgens gaan genieten van zijn nieuw verworven vrijheid. Ik vermoed met een van die mooie ballerina’s…
Eerst terug naar het hotel om te pakken gaat niet meer. Eten dan maar. Voorzichtig met de wodka, want anders haal ik straks zelfs het einde van het eerste bedrijf niet. Weer de ene toast na de andere natuurlijk, maar de geroutineerde prooster en toaster weet dat je je glaasje niet helemaal leeg hoeft te drinken; je kunt ook een klein slokje nemen. Weliswaar wordt je glas bij de volgende toast dan weer tot de rand gevuld, maar per saldo heb je aan het einde van de maaltijd maar één glaasje op en toch volop mee getoast. Tot zover deze gratis cursus overleven in Siberië.
Ik sla de beschrijving van de balletvoorstelling over en ook het drinkgelag daarna waaraan ik op slinkse wijze kon ontsnappen om mijn koffer te gaan pakken. Om vier uur in de ochtend maakte de receptie mij telefonisch wakker: “Good morning sir, this is your wake up call”. Tijd om naar Moskou te gaan.

Alwaar dit verhaal een wat soberder vervolg zal krijgen.

Het laat me niet Siberisch koud

Image

Het centrale plein in Novosibirsk heet natuurlijk plosjad Lenina. De grote leider kijkt kolossaal en fier over het plein. De jongeren aan zijn ene kant kijken hoopvol op naar hem en rechts van hem – links voor ons als we ervoor staan – staat een drietal mannen met geweren: een boer, een arbeider en een soldaat. Maar aan de overkant staan twee gebouwen die de betekenis van dit monument voor veel mensen hier duidelijk verklaarde: een restaurant en een bank. De uitleg die men hier gaf is als volgt: de kinderen kijken verlangend naar het restaurant, de soldaten staan op het punt om de bank binnen te vallen en Lenin zelf wijst de weg naar het restaurant, kijkend naar wat er straks in de bank te halen valt. Bovendien staan ze allemaal met hun rug naar de opera. Deze uitleg schijnt degene die het beeld heeft gemaakt de kop gekost te hebben, maar het monument staat er nog steeds.

Se non è vero è ben trovato. Het is maar een van de vele goede verhalen van ‘mijn’ tolk, Sergei. Hij vertelde ook over de vele fabrieken in Novosibirsk die in de tijd dat de stad gesloten was vaak over drie of vier locaties verspreid waren, zodat als er een of twee gebombardeerd werden de andere de productie konden overnemen. De productie, dat was dan volgens het bord bij de ingang bijvoorbeeld textiel, terwijl er in werkelijkheid tanks gemaakt werden. Er was ook een fabriek die sigaretten maakte met machines die in een handomdraai klaargemaakt konden worden voor de productie van kogels met dezelfde diameter als de sigaretten. De geschiedenis bestaat uit verhalen en nog eens verhalen!

Mijn slaaptekort maakt het me soms moeilijk om de toespraken hier te blijven volgen, ook al toetert Sergei de vertaling in mijn oren. Maar wat er gezegd wordt, kan zo komisch zijn dat je weer helemaal wakker wordt. Bijvoorbeeld als, na het korte welkom van een directeur, een hooggeplaatste politicus begint met: “Geachte aanwezigen! Eigenlijk is alles al gezegd.” Vervolgens is hij dan nog tien minuten aan het woord om het belang voor de stad en de provincie te onderstrepen. Maar het wordt helemaal mooi als de volgende official dan begint met dezelfde woorden. En inderdaad: “Eigenlijk is alles al gezegd.” Het wordt tijd om naar Moskou te gaan.

Wordt dus nog vervolgd.

Novosibarstjes en craquelures

“Durf je niet te schrijven dat je in de supermarkt een flesje wodka hebt gekocht omdat je directeur mee leest?” Zo luidde een van de reacties op mijn blog. Hier is duidelijk iemand aan het woord die me al langer kent! Maar het antwoord is heel eenvoudig. Tot gisteravond ben ik heel braaf geweest met de drank omdat ik mijn lezingen nog moest geven en fris wilde zijn. Dat is gelukt. Lees over het doorslaande succes van mijn lezingen hier:

http://www.facebook.com/media/set/?set=a.10151493890279359.550034.689779358&type=1&l=13310721e0

De wodka hoef ik nu overigens echt niet in de supermarkt te kopen. Hij vloeit al rijkelijk bij de lunch en bij het diner zijn de koude flesjes niet aan te slepen. En zoals het spreekwoord luidt: “Wodka zonder bier is geld in de wind”. Een van de aanwezige kunstenaars neemt elke ochtend zelfs een groot glas bier bij zijn ontbijt! Vanmiddag bij de lunch in Akademgorodok eet ik het haar van de hond die me gisteravond flink gebeten heeft. Mijn geslaagde lezingen moesten naar behoren gevierd worden, zo vond het gezelschap. De ene toast volgde de andere op en het overvloedige eten werd rijkelijk besproeid. Gelukkig kan ik goed tegen een (kop)stootje. Maar nu heb ik toch wel twee koude glaasjes nodig om me weer een beetje op de been te brengen. Tot vanavond hou ik het dan maar bij wortelsapjes…
Akademgorodok is, zoals de naam al zegt, een academisch stadje. Het ligt een stuk buiten Novosibirsk maar heeft alle voorzieningen van een stad. Je kunt hier dus goed overwinteren; je studeert gewoon door. We bezoeken het gebouw waar in 1967 een tentoonstelling over het werk van Lissitzky heeft plaatsgevonden. De allergrootste bewonderaar van Lissitzky, zijn vrouw Sophie, heeft na zijn dood in 1941 tot haar dood in 1978 in Novosibirsk gewoond. Omdat ze Duitse was moest ze hier naartoe van Stalin. In deze barre Sovjet tijden schreef ze hier haar boek over Lissitzky, inmiddels een standaardwerk. Ook heeft ze meegewerkt aan een tentoonstelling hier in Akademgorodok, twee jaar na de eerste Lissitzky retrospectieve van Jean Leering in ons museum. Alexander Lisov, een professor uit Vitebsk en inmiddels een goede vriend van mij, is speciaal hier naartoe is gekomen om samen met mij te zoeken naar wat er nog te vinden is over Lissitzky hier. Maar hier in Akademgorodok hoeven we niet te zoeken volgens de directrice die ons ontvangt; er is geen archief bijgehouden over de tentoonstellingen.
We worden rondgeleid in een enorm groot en nieuw high tech gebouw van de universiteit. Ik denk dat het lokale IQ hier zeer hoog is. Allemaal hele slimme jongens en meisjes die kunnen lezen, schrijven en rekenen met de nieuwste en allersnelste computers. Enorm, wat een voorzieningen hebben ze hier! De hoogste etage biedt een adembenemend uitzicht over het koude landschap. En de begane grond heeft een uitstekend restaurant alwaar men mij, zoals gezegd, graag twee koude glaasjes bij de lunch serveert…

Akademgorodok

Akademgorodok

Novosibirsk 3 (still going strong)

Als officiële gasten worden we hier in de watten gelegd. Altijd staat er een ruime warme auto klaar die ons overal naartoe brengt. Dit keer is de bestemming het museum van de Academie voor architectuur en beeldende kunst. Prachtig! Alle ontwerpen voor Sovjet architectuur hangen schots en scheef door elkaar en een man achter een bureau met een onbeschrijfelijke rotzooi vertelt er het een en ander over. Hij eindigt bij het ontwerp voor de opera van Novosibirsk en die gaan we meteen in het echt bekijken. Dat gebouw is werkelijk kolossaal van opzet en uitvoering. We gaan er op de laatste avond ook nog een ballet bekijken en we zien de ballerina’s nu alvast repeteren daarvoor. Mijn God! Wat een mooie meiden! En wat kunnen ze dansen! Spartacus zal zich als een vis in het water voelen vrijdagavond.

Dan zoeven we naar een heel goed restaurant. Ik kies een salade van Kamtsjatka krab, een gegrilde dorade met wat knapperige groenten, een glas droge witte wijn, nou, vooruit, nog eentje dan, maar daarna niet meer want ik moet morgen fris zijn voor mijn lezing. Bovendien moet ik er vanavond nog aan werken. Dus geen wodka, nee echt niet, ik doe niet mee! Geeft u mij maar zwarte Russische thee. Mijn sterke benen moeten deze weelde nu maar even kunnen dragen. Maar wat lekker smaakt dit allemaal, ook zonder wodka!

Nog even aan het werk. De lezing die ik geef over de projecten ‘Lissitzky+’ en ‘Lissitzky – Kabakov’ hoef ik niet uit te schrijven. Aan de hand van een aantal plaatjes vertel ik een verhaal dat ik al vaker verteld heb, ook in het Engels. De rest is dan aan de vertaler, want mijn kennis van het Russisch is net voldoende om mij vlot te kunnen excuseren dat ik het niet vloeiend spreek. Maar mijn andere verhaal gaat over hoe onze collectie in het museum terecht is gekomen en dat is andere koek. Hier mag ik geen dingen fout zeggen en de vertaler ook niet. Deze geschiedenis ligt veel te gevoelig. Dus er zit niets anders op dan de plaatjes op een rijtje te zetten en vervolgens het hele verhaal uit te schrijven in het Engels, zodat het letterlijk vertaald kan worden. Zowel ik als de vertaler kunnen het dan overmorgen voorlezen. Niet spontaan, maar wel veilig.

Voor de lol overweeg ik om het advies van mijn broer op te volgen en de lezing in ‘Russisch Engels’ te gaan doen. Zijn advies luidt als volgt: “Gere is small corss gow to sound morr Russian. Forstly of all, lower voice at leeeest three octavoes…  Secondly put very good stress on all end consonants.  Tierdly, with every vowel make cheeks resonate as if you were swallowing gelly.  We wiesh you sacksess.  Come gome defrosted.  Your bratter.”

Al anderhalf uur probeer ik te slapen, maar ik ben nog klaarwakker om half drie ’s nachts. Misschien nog maar iets aan mijn lezing voor morgen doen? Nee, die moet nu maar klaar zijn. Een kopje groene thee dan maar. En wat aantekeningen uitwerken. Mijn agenda op de computer vraagt me of ik de lokale tijd wil instellen. Dat lijkt me een goed idee, maar ik heb nog niet op ‘ja’ geklikt of al mijn toekomstige afspraken zijn zes uur naar voren geschoven. Mijn lezing voor morgen vindt nu ineens om een uur ’s nachts plaats. En natuurlijk kan ik nu niet vinden hoe ik deze instelling weer ongedaan kan maken. Enfin, reden temeer om straks weer terug te gaan naar de tijdzone thuis. Hopelijk vraagt de computer me dan weer of ik de tijd wil aanpassen.

Even goed zit ik nu om vier uur ’s nachts nog te schrijven terwijl ik morgen om negen uur aan het ontbijt verwacht wordt om het een en ander aan projecten door te spreken…

Image

Wordt vervolgd.

Novosibirsk 2

Image

 

Na een korte, diepe slaap ben ik klaar voor een stevige wandeling in de Siberische kou, zoals ik me die al lang heb voorgesteld. Daar sta ik dan in de grijze wintermiddag van Novosibirsk met thermo ondergoed onder een extra dikke trui en broek, met mijn speciaal aangeschafte isolerende binnenzolen in stevige waterdichte wandelschoenen met profiel en met een dikke jas en muts aan. Ik ben gekleed op een tocht over de Noordpool bij min veertig graden Celsius (of Fahrenheit, want dat blijkt juist bij deze temperatuur niets uit te maken). Maar het is hier maar min acht! Na een paarhonderd meter heb ik het al veel te warm om nog door te lopen en ik ga gauw terug naar het hotel om het een en ander uit te trekken. Wat een teleurstelling!

Aanzienlijk luchtiger gekleed probeer ik het nog een keer. De profielzolen bewijzen nu hun nut, lopend over de vastgelopen en glimmend gladde lagen sneeuw door de lange straten met Sovjet flats. In deze stad, die jarenlang van de buitenwereld was afgesloten, zijn de revolutionaire straatnamen nog goed bewaard gebleven. Hier vind je nog een Oktober boulevard, een Maxim Gorki straat en zelfs een Kommunistische straat. Frunze, de Sovjet minister van Defensie in de jaren ’20, die overal in Rusland als eerste uit de straatnamen verdween, heeft hier nog gewoon zijn eigen plek, evenals diens tijdgenoot Sverdlov, het gevreesde hoofd van de geheime dienst, de Tsjeka.

De vele lagen sneeuw worden op de brede trottoirs van de duurdere plekken in de stad eens in de zoveel tijd stukgehakt door mannen met een speciaal horizontaal mes aan een lange stok. De kleine stukjes vastgekoekte sneeuw worden vervolgens met grote sneeuwschuivers aan de kant geveegd en de zo ontstane ijsbergen worden met een bulldozer in vrachtwagens geschept en afgevoerd. Voor een paar dagen is het trottoir dan weer schoon. Op andere plaatsen heeft de sneeuw een dikke hobbelige laag gevormd van wel 20 centimeter dik. Hier moet je zelfs met profielzolen goed uitkijken en mijn wandeling is dan ook knap vermoeiend. Voor het eerst zie ik een moeder met een kinderwagen zonder wielen, maar uitgevoerd als slee. In een park zijn kinderen aan het langlaufen. De auto’s rijden met een flinke snelheid door de straten waar de grijze sneeuw ook al lang niet meer ontdooit. In een glibberige bocht wordt behendig tegengestuurd. Alles en iedereen glijdt hier en van lieverlee begin ik al lopend een beetje mee te schuifelen. Dat gaat een stuk gemakkelijker. Daarginds zie ik een supermarkt, de plek om een grote fles mineraalwater te kopen en ook Russische tandpasta. Een grote zak mini Marsjes blijkt helemaal uit Veghel naar hier gereisd te zijn om mij tegen opkomende trek te beschermen. De automaat in een veel te warm bankkantoor tapt mij vervolgens drie flappen van duizend roebel waarmee ik weer verder kan. Altijd wat geld op zak, maar niet teveel…

Wordt vervolgd.

Novosibirsk 1

Mijn computer en mijn telefoon springen spontaan zes uur vooruit. Het is negen uur in de ochtend en ik zit aan een stevig ontbijt. Ik heb nog geen oog dicht gedaan sinds ik om een uur gisterenmiddag vertrok van Schiphol. Dat klinkt zwaarder dan het is; voor mijn biologische klok is het pas twee uur ’s nachts. Toch laat voor mijn doen. Ik zweef een beetje tussen droom en werkelijkheid. Maar als alle echte en virtuele klokken deze nieuwe tijd aangeven, dan zal het dus wel echt waar zijn: ik ben in Siberië, in Novosibirsk. Veel mensen werden hierheen verbannen en ik ga er vrijwillig heen. Al jaren geleden, toen ik op een Russisch vliegveld alle plaatsnamen op het grote vertrekbord aan het ontcijferen was, nam ik me voor om naar Novosibirsk te gaan. En nu word ik gewoon uitgenodigd! In de ijskoude dampende maandagochtend ben ik van het vliegveld afgehaald door Natalia. Zij werkt voor de organisatie die mij heeft gevraagd om drie lezingen te komen geven over Lissitzky, een Russische kunstenaar van wie het Van Abbemuseum (waar ik werk) veel werk in de collectie heeft. Een veel te warme grote luxe jeep bracht me om half zeven door uitgestrekte industriewijken naar de stad. Er stonden al files! Natalia vertelde dat er hier anderhalf miljoen mensen wonen die samen een miljoen auto’s hebben. Die lijken nu met z’n allen tegelijk de brede straten te verstoppen. In het luxe hotel waar een kamer voor mij gereserveerd is, zit ik in een grote ontbijtzaal. Je omelet wordt hier speciaal voor je bereid en je kunt kiezen wat je er in wilt: ui, paprika, champignons, spekjes, kaas. Ik wil het allemaal. Heerlijk met donkerbruin zuurdesembrood! En veel zwarte thee. Maar nu is het toch echt tijd voor een klein tukje. De man met de hamer is gearriveerd. Een sikkel had hij niet bij zich.

Wordt vervolgd.